Blogserie: Personages maken met MBTI – Deel 2 – De theorie

Vorige week hebben we gekeken naar de versie van MBTI die het meest bekend is. Dat op zich is al iets wat je kunt gebruiken om je personages uit te werken. Ik begon daar zelf een paar jaar geleden ook mee. Je loopt zo echter wel het risico in stereotypen te vervallen. De 16 persoonlijkheidstypen, zoals ze uitgelegd zijn bij de online tests, zijn naar mijn mening te veel vereenvoudigd. Precies om die reden is een groot aantal mensen van mening dat MBTI onzin is.

De vraag of het onzin is, is echter niet relevant als je het simpelweg als tool wilt gebruiken voor personages. Een logischere vraag is: in hoeverre kan dit mij van dienst zijn als kader? Geeft het me houvast, of word ik erdoor gelimiteerd? Het is immers niets meer dan een theorie. Zie het zo: als een landkaart een exacte weergave van de werkelijkheid zou zijn, zou het geen nut hebben. Het is juist versimpeld, zodat men ermee kan navigeren. Zo kun je het beste ook naar MBTI kijken; het biedt een theoretisch kader en vocabulaire die je kunt gebruiken voor betere communicatie met anderen, persoonlijke groei – en natuurlijk je personages. 😉

Korte disclaimer: Ik wil me niet voordoen als een expert. Mijn kennis is opgebouwd uit internet artikelen, YouTube filmpjes, en een boek. Ik schrijf deze blogserie ook niet om MBTI 100% correct uit te leggen; het is immers een fluïde theorie die tot op de dag van vandaag onderhevig is aan discussie. Ik deel met jullie de theorie voor zover ik die ken en voor zover ik die gebruik voor personages.

Laten we beginnen! Om de theorie beter te begrijpen, kunnen we de letters beter achter ons laten. Die zijn immers een façade. Hoe dieper ik de afgelopen jaren in de theorie dook, hoe duidelijker het werd: de letters zijn slechts het topje van de ijsberg.

Alles draait om de functies                            

Waar de theorie werkelijk om draait, zijn de cognitive functions ofwel cognitieve functies. Er zijn er 8 in totaal en de rangschikking van deze functies bepaalt welke letters bij je persoonlijkheidstype horen. Ze kunnen worden verdeeld in judging en perceiving functies.

Hierbij bepalen de perceiving functies hoe we van nature de wereld tot ons nemen (/waarnemen), ofwel hoe we “data” verzamelen.

De judging functies bepalen wat we met die “data” doen, ofwel hoe we van nature oordelen en beslissingen nemen. Dit klinkt wellicht wat abstract, maar hear me out.

De functies zijn als volgt (voor het gemak gebruik ik de Engelse termen):

Extraverted Judging functions Introverted Judging functions
Extraverted Thinking (Te)

Extraverted Feeling (Fe)

Introverted Thinking (Ti)

Introverted Feeling (Fi)

Extraverted Perceiving functions Introverted Perceiving functions
Extraverted Intuiting (Ne)

Extraverted Sensing (Se)

Introverted Intuiting (Ni)

Introverted Sensing (Si)

 

Zoals te zien is in de tabel, is er niet alleen een verdeling tussen judging/perceiving maar ook extravert/introvert. Dit heeft niet te maken met energie – zoals je wellicht gewend bent van extraversie en introversie – maar geeft de richting aan. In andere woorden, Te is een thinking functie die zich richt op de buitenwereld en deze wereld wil organiseren en manipuleren, terwijl Ti zich naar binnen richt en zich bezighoudt met theoretische kaders en het organiseren van informatie binnen in je hoofd.

De functies, stuk voor stuk

Een geweldig boek om te lezen hierover is Neuroscience of Personality van doctor Dario Nardi. Hij heeft onderzoek gedaan met een EEG monitor en stelt dat mensen met verschillende persoonlijkheidstypen hun brein op fundamenteel verschillende manieren gebruiken (Nardi 2011, 8). Hij heeft geprobeerd de cognitieve functies op te sporen en omschrijft ze als volgt:

Extraverted Sensing (Se): “onderdompeling in de huidige context.” Je reageert op natuurlijke wijze op al het tastbare wat je met je zintuigen waarneemt. Je controleert wat je onderbuikgevoel je vertelt. Je stelt limieten op de proef en neemt risico’s voor hoge beloningen (Nardi 2011, 74).

Introverted Sensing (Si): “stabiliseren met een voorspelbare standaard.” Je vergelijkt nauwkeurig een situatie met de gebruikelijke manieren waar je op bent gaan bouwen. Je controleert ervaringen uit het verleden. Je stabiliseert de situatie en investeert in toekomstige zekerheid (Nardi 2011, 74).

Extraverted Intuiting (Ne): “opkomende patronen verkennen.” Je denkt na over patronen van interactie in verschillende situaties. Je controleert welke hypotheses het beste passen. Je verandert de dynamiek van een situatie en vertrouwt wat daaruit voortkomt (Nardi 2011, 74).

Introverted Intuiting (Ni): “transformeren met een meta-perspectief.” Je sluit je af van de wereld en legt je focus op je geest om inzichten of realisaties te krijgen. Je controleert of het resulteert in synergie. Je probeert een realisatie uit om jezelf te transformeren (Nardi 2011, 74).

Extraverted Thinking (Te): “meten en construeren voor vooruitgang.” Je neemt beslissingen op basis van bewijs en metingen. Je controleert of dingen naar behoren functioneren. Je past procedures toe om controle uit te oefenen op gebeurtenissen en je doelen te bereiken (Nardi 2011, 74).

Introverted Thinking (Ti): “invloed krijgen door middel van een kader.” Je maakt jezelf los van een situatie om het vanuit verschillende perspectieven te bestuderen en plaatst het binnen een theorie, kader of principe. Je controleert of deze plaatsing accuraat is. Je gebruikt de verworven invloed om eender welk probleem op te lossen (Nardi 2011, 74).

Extraverted Feeling (Fe): “vertrouwen kweken via vrijgevige relaties.” Je beantwoordt de behoeften van anderen op empathische wijze en neemt hun behoeften en waarden over als de jouwe. Je controleert of er sprake is van respect en vertrouwen. Je geeft en ontvangt steun om een hechte band te vormen met mensen (Nardi 2011, 74).

Introverted Feeling (Fi): “trouw blijven aan wie je echt bent.” Je let nauwkeurig op je persoonlijke identiteit, waarden, en geloof. Je controleert je geweten voordat je handelt. Je kiest gedrag dat overeenkomt met wat je belangrijk vindt (Nardi 2011, 74).

Deze uitleg van de functies is uiteraard een van vele en zelf heb ik meerdere verschillende artikelen gelezen om een redelijk beeld te krijgen van elke functie. Ik hoop ze volgende week te verduidelijken door ze te koppelen aan een case study.

De rangschikking van de functies

Belangrijk om te onthouden – vooral als je dit wilt gebruiken voor personages! – is dat ieder persoon alle functies gebruikt. Het enige wat persoonlijkheidstypen van elkaar onderscheidt, is de rangschikking. Dit betekent dus ook dat een thinker zoals een INTP geen gevoelloze robot is en een feeler zoals een ISFJ geen irrationele huilebalk. Elke feeler heeft een thinking functie en elke thinker een feeling functie (Sterker nog, ze hebben van ieder twee).

Ze zijn alleen van nature geneigd hun beslissingen te baseren op logica (in het geval van de thinker) of emoties/waarden (in het geval van de feeler). Verder kan iemand met hoge Fe evengoed een eigen identiteit hebben als iemand met hoge Fi; en kan iemand met hoge Fi evengoed waarde hechten aan het groepsbelang. Het is niet het een of het ander.

Function stacks

Dus, iedereen heeft elke functie, maar de rangschikking verschilt en bepaalt het type. Maar hoe dan? Hoe bepaalt de volgorde de letters? Dit kan ik wellicht het beste illustreren met wat voorbeelden van function stacks, zoals een rijtje functies vaak wordt genoemd:

INTJ                Ni – Te – Fi – Se

INTP               Ti – Ne – Si – Fe

ESFP               Se – Fi – Te – Ni

ESFJ                Fe – Si – Ne – Ti

Zoals hierboven te zien is, wisselen de introverte en extraverte functies elkaar af. De eerste functie bepaalt de eerste letter van het type. Een INTJ is introvert omdat zijn/haar dominante functie introvert is. (Omdat dit dus verder weinig te maken heeft met de gebruikelijke betekenis van introvert, kan een Ixxx verrassend extravert lijken) Hetzelfde geldt voor de S/N; de eerste perceiving functie in het rijtje bepaalt of iemand een xxSx of een xxNx is.

Verder valt het op dat de functies van INTJ/INTP en ESFP/ESFJ heel erg verschillen, ondanks het feit dat ze slechts één andere letter hebben. De verklaring hiervoor is minder zichtbaar, maar hij zit in de judging functies. Als de extraverte judging functie dominanter is dan de introverte (zoals bij de Ni-Te-Fi-Se van INTJ en de Fe-Si-Ne-Ti van ESFJ), is iemand een xxxJ. Het tegenovergestelde geldt voor xxxP’s. In andere woorden, als de eerste judging functie extravert is, dus Te of Fe, is het J. Als de eerste judging functie introvert is, dus Ti of Fi, is het P.

Nog een belangrijk iets om te onthouden hierbij, is dat je in zo’n function stack van 4 functies van elk type functie 1 hebt. Het kan er dus niet als volgt uitzien: Ti-Ne-Fi-Se. In dat rijtje missen namelijk een extraverted judging en een introverted perceiving functie, aangezien de judging functies allebei introvert zijn en de perceiving functies allebei extravert.

Schaduwfuncties

Nu denken jullie misschien ‘waarom staan er maar 4 functies bij elk type?’ Ik had eerder nog beweerd dat iedereen alle 8 had, en dat klopt ook. De laatste 4 in het rijtje zijn onze “schaduwfuncties” en hier is helaas minder onderzoek naar gedaan. De eerste twee functies vormen namelijk al zo’n 90% van je persoonlijkheid, dus die laatste vier komen amper naar de voorgrond. Vaak gebruik je die alleen in extreem stressvolle situaties of wanneer je ego zwaar bedreigd wordt. In principe zijn de schaduwfuncties hetzelfde als de eerste vier maar dan in tegenovergestelde richting. Ni wordt Ne, Fe wordt Fi, etc. Zo is het volle rijtje van de INTJ Ni-Te-Fi-Se-Ne-Ti-Fe-Si.

Hoewel je er niet bijster veel mee kan voor je eigen persoonlijke ontwikkeling, kun je er wel interessante dingen mee doen voor je personages. Daar zal ik over twee weken op terugkomen.

Dominant = sterk?

Maar wat maakt die volgorde nu eigenlijk uit? De dominantere functies zijn over het algemeen “makkelijker” (in de zin dat men die van nature gebruikt) maar niet per definitie “sterker”. Iemand kan Te als dominante functie hebben en alsnog scheve logica hebben. Iemand met dominante Fe kan evengoed sociale signalen verkeerd interpreteren, ook al hoort de functie hem/haar in staat te stellen andermans emoties te lezen en te manipuleren (niet per se in negatieve zin).

Het draait dus vooral om natuurlijke voorkeur. Doctor Dario Nardi vergelijkt het met rechts- of linkshandig schrijven. Als je rechtshandig bent, kost het je minder moeite en concentratie om met rechts te schrijven dan met links, omdat het je voorkeur heeft; hetzelfde geldt voor cognitieve functies (Nardi 2011, 75).

Daarnaast bepaalt de volgorde de rolverdeling van de functies; dezelfde functie kan zich namelijk anders manifesteren in twee personen met verschillende function stacks.

Rolverdeling

De cognitieve functies kan men aanduiden met namen zoals ‘dominante’ of ‘ondergeschikte’ functie, maar er zijn ook alternatieven. Elke functie heeft een naam die verwijst naar de rol die de functie speelt. Ze zijn als volgt:

  1. Dominante functie / Held
  2. Hulpfunctie / Goede Ouder
  3. Tertiaire functie / Eeuwige Kind
  4. Ondergeschikte functie / Ziel, Anima (staat ook bekend als de Aspiring function)

Zo komt de tertiaire functie vaak op een soort kinderachtige manier naar voren en voelt men meestal de behoefte de ondergeschikte functie te ontwikkelen. Voor een overzicht van hoe de eerste vier functies zich manifesteren in elk persoonlijkheidstype, raad ik deze (Engelse) website, Thought Catalog, aan.

 

Hopelijk hebben jullie genoten van het artikel! Dit was even een kort overzicht van de functies en hun rangschikking. Er mogen dan wel veel onbekende termen in zitten, als je het eenmaal doorhebt, is de theorie niet zo ingewikkeld als hij lijkt. In de volgende twee blogposts zal ik hier en daar extra informatie erbij gooien. Bij de case study kan ik bijvoorbeeld verduidelijken hoe de functies zich kunnen manifesteren. Daarnaast zijn er interessante manieren waarop functies reageren op stress, die ik uitgebreid zal bespreken in de laatste blogpost.

Vind je dit een hele leuke theorie en wil je meer leren over de functies? Michael Pierce heeft op YouTube twee interessante video series, The Sixteen Types en Revisiting The Types. Vooral de laatste is een aanrader, omdat hij daar ook types en functies met elkaar vergelijkt om ze beter af te bakenen. Andere YouTube kanalen met filmpjes hierover zijn Casual Cognition en True Generations.

 

 

Bronnen:

  1. Dario Nardi. 2011. Neuroscience of Personality: Brain Savvy Insights for All Types of People. Los Angeles: Radiance House.
  2. Thought Catalog. “How Each Cognitive Function Manifests Based On Its Position In Your Stacking.” Last modified on December, 17. 2015. https://thoughtcatalog.com/heidi-priebe/2015/12/how-each-cognitive-function-manifests-based-on-its-position-in-your-stacking/

Een gedachte over “Blogserie: Personages maken met MBTI – Deel 2 – De theorie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close